Hou van je hart / Love your heart
Beloved van Toni Morrison is misschien wel het meest diepgaande boek over racisme. Het vertelt hoe een moeder haar kind doodt opdat het niet in slavernij zou moeten leven.
Beloved by Toni Morrison is perhaps the most profound book about racism. It tells how a mother kills her child so that it would not have to live in slavery.
![]() |
| Toni Morrison Beminde (Nederlandse vertaling) |
Ik zal niet-mijn-volk noemen: mijn volk, en de niet-geliefde: geliefde.
En het zal gebeuren ter plaatse, waar tot hen gezegd was: gij zijt mijn volk niet.
Romeinen 9:25
Hou van je hart
En als het stil was geworden offerde Baby Suggs, de vrome, hun haar grote gulle hart.
Ze zei niet tegen hen dat ze hun leven op orde moesten brengen of heen moesten gaan en niet meer zondigen. Ze zei niet tegen hen dat ze de gezegenden der aarde waren, de zachtmoedigen die de aarde zouden beƫrven of de reinen die de hemelse glorie zouden zien.
Ze zei tegen hen dat ze geen andere genade konden krijgen dan de genade die ze zich konden voorstellen. Genade die ze niet voor zich konden zien, kregen ze ook niet.
‘Hier’, zei ze, ‘op deze plek hier, zijn we lichaam, een lichaam dat huilt en lacht, een lichaam dat op blote voeten in het gras danst. Hou ervan. Hou er maar veel van. Daarginds houden ze niet van je lichaam. Ze verachten het. Ze houden niet van je ogen, ze pikken ze net zo lief uit. En van het vel op je rug houden ze net zo min. Daarginds villen ze het. En, o mijn volk, ze houden niet van je handen. Ze gebruiken ze, boeien ze, hakken ze af en laten ze leeg. Hou van je handen! Hou van ze. Steek ze omhoog en kus ze. Raak anderen er mee aan, sla ze op elkaar, streel ermee over je gezicht want daar houden ze ook niet van. Jullie moeten van je lichaam houden, jullie moeten het zelf doen. En ze zijn niet verliefd op je mond, o nee. Daarginds, daarbuiten, zien ze graag dat hij kapot is en maken ze hem opnieuw kapot. Wat je ermee uitspreekt, daar zullen ze zich niet om bekommeren. Wat je ermee uitschreeuwt zullen ze niet horen. Wat je erin stopt om je lijf te voeden zullen ze afpakken en vervangen door kliekjes. Nee, ze houden niet van je mond. Jullie moeten er van houden. Het lichaam, daar praat ik hier over. Het lichaam dat liefde moet hebben. Voeten die moeten uitrusten en dansen, ruggen die steun nodig hebben, schouders die armen nodig hebben, sterke armen zeg ik jullie. En, o mijn volk, daarginds, luister naar me, houden ze er niet van dat je nek recht is en niet in een strop zit. Dus hou van je nek, leg je hand erop, sier hem, streel hem en hou hem recht. En alle organen binnen in jullie, die zij net zo lief als spoeling voor de varkens zouden gooien, daar moet je van houden. De zwarte, zwarte lever, hou ervan, hou ervan, en het verslagen hart dat slaat, hou daar ook van. Meer dan van je ogen of je voeten. Meer dan van je longen die nog altijd geen vrije lucht hebben ingeademd. Meer dan van je baarmoeder die het leven draagt en je delen die het leven geven -en luister nu- moet je houden van je hart. Want dat is de prijs.’ En zonder verder iets te zeggen stond ze op en danste met haar verdraaide heup wat ze verder nog op haar hart had, terwijl de mensen hun mond opendeden en haar begeleidden. Lange noten werden aangehouden tot de vierstemmige harmonie volmaakt genoeg was voor hun lichaam waarvan ze zo innig hielden.
Toni Morrison, Beminde. 1999, Ooievaar, Amsterdam, p. 96-97.
![]() |
| Toni Morrison |
People who were not from my country,
I will call them people of my country,
and people who were not loved,
I will call them beloved.
Romans, 9:25
Love your heart
(original text)
In the silence that followed, Baby Suggs, holy, offered up to them her great big heart.
She did not tell them to clean up their lives or to go and sin no more. She did not tell them they were the blessed of the earth, its inheriting meek or its glorybound pure.
She told them that the only grace they could have was the grace they could imagine. That if they could not see it, they would not have it.
She told them that the only grace they could have was the grace they could imagine. That if they could not see it, they would not have it.
"Here", she said, "in this here place, we flesh; flesh that weeps, laughs; flesh that dances on bare feet in the grass. Love it. Love it hard. Yonder they do not love your flesh. They despise it. They don't love your eyes; they'd just as soon pick em out. No more do they love the skin on your back. Yonder they flay it. And O my people they do not love your hands. Those they only use, tie, bind, chop off and leave empty. Love your hands! Love them. Raise them up and kiss them. Touch others with them, pat them together, stroke them on your face 'cause they don't love that either. You got to love it, you! And no, they ain't in love with your mouth. Yonder, out there, they will see it broken and break it again. What you say out of it they will not heed. What you scream from it they do not hear. What you put into it to nourish your body they will snatch away and give you leavins instead. No, they don't love you mouth. You got to love it. This is flesh I'm talking about here. Flesh that needs to be loved. Feet that need to rest and to dance; backs that need support; shoulders that need arms, strong arms I'm telling you. And O my people, out yonder, hear me, they do not love your neck unnoosed and straight. So love your neck; put a hand on it, grace it, stroke it and hold it up. And all your inside parts that they'd just as soon slop for hogs, you got to love them. The dark, dark liver-love it, love it, and the beat and beating heart, love that too. More than eyes or feet. More then lungs that have yet to draw free air. More then your life-holding womb and your life-giving private parts, hear me now, love your heart. For this is the prize," Saying no more, she stood up then and danced with her twisted hip the rest of what her heart had to say while the others opened their mouths and gave her the music. Long notes held until the four-part harmony was perfect enough for their deeply loved flesh.
Toni Morrison, Beloved. 1997, Vintage, London, p. 88-89.

